Visie
Goed onderwijs is een gevarieerd aanbod aan lessen.
“ Hoe meer je varieert, hoe meer je leert. “
Voor argumenten:
- Tijdens mijn tijd op de basisschool had ik zelf veel behoefte aan een nieuwe manier van lesgeven. Methodelessen kon ik wel goed volgen, maar ik kon er niet veel van onthouden. Hoe ouder ik werd, hoe meer verschillende leerkrachten ik kreeg te zien voor de klas. Leerkrachten met een andere visie op onderwijs, het kind meer zelf laten doen. Tijdens die lessen ben ik gaan beseffen dat ik veel meer kon onthouden van de lesstof. Tijdens de lessen die ik nu geef probeer ik hier rekening mee te houden. Een goed begin is in mijn ogen het halve werk, daarom werk ik graag met een pakkende inleiding voor iedere les. Dingen laten zien en dingen zelf laten doen door de leerlingen. Als het gaat om de leerstof vind ik het ook van belang dat er verschillende vakken worden gegeven op verschillende manieren en in verschillende ruimtes. De kinderen komen op deze manier voor verassingen te staan, waardoor zij nieuwsgierig worden naar elke dag Vernooij, K, 2009).
- Leraren die variëren in de manier waarop ze onderwijs geven, en daarbij gebruik maken van ICT, boeken daarbij de beste resultaten. De manier waarop zij ict inzetten heeft vooral impact op de motivatie van leerlingen, de onderwijsprestaties, en maakt het mogelijk efficiënter les te geven. (Onderwijsgids, 2017)
- Verandering van spijs, doet eten. Dit staat beschreven in het boek: lesgeven en zelfstandig leren. (Veen, 2010). Hierin wordt beschreven dat de sleur van het dag in, dag uit lesgeven is doorbroken. Het is dus belangrijk dat er wordt gevarieerd met werkvormen en leermiddelen. Hierdoor blijven de kinderen betrokken bij de les.
Tegenargumenten:
- Ik citeer: “Klassikaal lesgeven, het antwoord is “ja”. Onderzoek geeft trouwens aan dat klassikaal lesgeven nog steeds de meest gebruikte werkvorm in het onderwijs is. Precies omdat het zo vaak voorkomt, weten we (uit onderzoek) ook erg veel over de effectiviteit van klassikaal lesgeven. En de conclusie is veelzeggend: klassikaal lesgeven behoort tegelijkertijd tot de meest krachtige én de meest inefficiënte werkvormen”. (Branden, 2014). Ik heb dit artikel gelezen op internet, hierin komt wordt het klassikaal lesgeven juist aanbevolen en dat is in strijd met mijn mening. Gevarieerd lesgeven is naar mijn mening het tegenovergestelde van het klassikaal lesgeven. Wel vind ik dat het van waarde is, maar dat dit zeker niet de enige juiste manier is van lesgeven.
Typerend voor het jonge kind
Wat ik typerend vind aan het jonge kind is dat het kind niet leert zonder variatie en spel. Jonge kinderen leren door spelen, hierdoor ontwikkelen ze zich volledig. Volgens Annerieke wordt het spel ten onrechte ondergewaardeerd (Boland, 16). Ik ben het hiermee eens, de overgang van groep 2 naar groep 3 is erg groot, van spelend leren, moeten de kinderen naar stil zitten en leren schrijven en lezen. Op mijn school zijn ze bewust bezig met het spelelement toe te voegen in de lessen, maar dit wordt toch gescheiden gehouden van het leren. Kinderen zitten vol energie en hebben veel beweging nodig, door te bewegen gaan de kinderen op een actieve manier leren. Dit is voor mij het meest typerend aan het jonge kind.
Nederlands
Tijdens de les van Ineke hebben we stellingen besproken over het aanbieden van de Nederlandse taal in het onderwijs. Ik vind het belangrijk dat kinderen taal leren aan de hand van interessante activiteiten , die betrekking hebben tot de leefwereld en/of de belevingswereld van de kinderen. Op deze manier ervaren de kinderen dit als nuttig, waardoor zij geboeid aan het werk gaan. Ook vind ik dat de Nederlandse taal overal in verworven zit. Taal is geen doel op zich, het is een middel wat je kan inzetten bij de andere vakken. Hierbij hoort de stelling: Goed taalonderwijs, vergroot het schoolsucces. (Verbaas, 2014). In de vakken die ik in dit ontwerp aanbied, zit de Nederlandse taal verworden. Zowel mondeling als schriftelijk.
Rekenen
Rekenen kom je in het dagelijks leven overal tegen; bij het boodschappen doen, de tijd in de gaten houden, et plannen van een vakantiereis, de wegwijzen en nog veel meer dingen die te maken hebben met rekenen en het dagelijks leven. Als leerkracht moet je vakspecifieke competenties op het gebied rekenen-wiskunde bezitten. Ik ben ook van mening dat je als leerkracht dit moet bezitten, voordat je dit vak aan de kinderen kan geven. Je hebt zicht nodig op de ontwikkelingen van de kinderen, weet hebben van de verschillende leerlijnen en een professioneel niveau beheersen. (Marc van Zanten, 2010). Voor de kinderen is het belangrijk om te leren vanuit hun eigen omgeving. Het leren betrekken bij de leef- en belevingswereld van de kinderen. Op deze manier worden de kinderen geboeid en leren zij beter.
Wereldoriëntatie
Mijn visie op wereldoriëntatie is dat de kinderen het meest van de wereld leren door zo veel mogelijk te zien en te doen. Kinderen hebben vragen, interesses, voorkeuren die verklaard kunnen worden door specifieke behoeften op een bepaalde leeftijd. (Lager onderwijs - Wereldoriëntatie - Uitgangspunten, 2017)
Om deze vragen te kunnen beantwoorden tijdens de lessen, vind ik dat de lessen veel uitdaging moet bieden. Ontdekkend leren bijvoorbeeld. Ik ga in dit project met de kinderen verschillende soorten eten proeven en ik laat hen zelf onderzoeken waar dat eten vandaan komt.
Kustzinnige oriëntatie
Mijn visie op kunstzinnige oriëntatie is dat het een uitlaatklep is voor de fantasie van de kinderen. Het jonge kind heeft vaak een grote fantasie. Zij uiten dit in zelfverzonnen verhalen en in mooie tekeningen. Om een creatief proces te kunnen doorlopen zijn er 4 fases : het oriënteren, onderzoeken, het uitvoeren en het evalueren van het leerproces. Dit is van toepassing bij de kunstzinnige oriëntatie vakken. (SLO, kunstzinnige oriëntatie , 2017). Ik vind het belangrijk dat de kinderen elke week de kans krijgen om zich te kunnen verdiepen in kunstzinnige oriëntatie. Op school komen de vakken drama, muziek ,dans en beeldende vorming.
Bewegingsonderwijs
Ik vind het een belangrijk uitgangspunt dat het kind leert door te bewegen. Al spelend leert het kind zichzelf, de ander, zijn mogelijkheden en beperktheden en zijn omgeving kennen. (Leo van Rooij, 1994). Ik heb mijn minor bewegingsonderwijs gevolgd en ik ga mijn scriptie onderzoek schrijven over bewegend leren. Mijn visie op bewegingsonderwijs is dus nog niet compleet, aangezien ik nog steeds veel leer hierover. Mijn visie nu is dat kinderen zo veel mogelijk moeten bewegen. Wanneer zij zich vaardiger gaan bewegen, voelen zij zich ook prettiger in de gymzaal. Wanneer een kind zich prettig voelt, leert het kind beter en sneller. Ook vind ik dat het uitdagend moet zijn, voor iedereen iets leuks. Hierbij kom ik terug op het variëren van lessen, ook juist het variëren in niveau is hier erg belangrijk. Voor de vaardige en voor de minder vaardige bewegers een leuk aanbod van speel- en gymactiviteiten organiseren is hier van belang.
Visie op rol van de leraar
Een goede leerkracht roept echter ook zelf nieuwe, technische ervaringen op en ontwikkelt die samen met de kinderen tot nieuwe kennis. (Slangen, 2009). Er zijn verschillende rollen van leerkracht zijn. Je bent als leerkracht ontwerper van onderwijs, uitvoerder van onderwijs, onderzoeker in de praktijk, lerende professional , teamlid en begeleider. Mijn visie op de rollen van de leerkracht is dat je een evenwichtige samenhang moet creëren tussen de verschillende rollen. Ik vind het ook belangrijk dat je als leerkracht kan variëren met leiderschapsstijlen, je moet aan kunnen voelen welke stijl bij een situatie past. Zelf sta ik achter de democratische opvoeding, deze heb ik ook gehad van mijn ouders. De kinderen moeten inspraak hebben, zonder inspraak is het voor hen eentonig en hebben zij alsnog geen variatie. Met de democratische aanpak hebben de kinderen meer grip op wat zij doen en wat zij willen bereiken. Ook wordt de band tussen leerkracht en leerling beter als zij beseffen dat je echt naar hen luistert. Als leerkracht moet je achter je manier van lesgeven staan aangezien de leerlingen aanvoelen als de leerkracht ergens onzeker over is.
Pedagogische klimaat
De ontwikkelingen van de kinderen hangt sterkt samen met de sfeer die er op de school heerst, de sfeer in de klas en de sfeer tussen het kind en de leerkracht. Wanneer de leerlingen zich veilig voelen bij de hierboven genoemde onderdelen van onderwijs, kan het kind tot leren komen. Dit is genoemd in het boek: “Meer dan onderwijs” . (Alkema, 2011)
Het pedagogische klimaat is dus van groot belang bij de kinderen, het is vooral van groot belang bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Als leerkracht heb je de leidende rol om je klas een fijn pedagogisch klimaat aan te reiken. Hierbij staat het woord, relatie, centraal. Deze tekst heb ik gelezen op wij-leren.nl. In bovenstaande punten kan ik me erg vinden. Ik vind het zelf erg belangrijk dat kinderen zich op hun gemak voelen bij mij in de klas en ook met elkaar in de klas. Ik ben er ook van overtuigd dat de leerkracht hiervoor kan zorgen in zijn eigen klas, door middel van kennismakingsspellen en groepsvormingsactiviteiten. Erg belangrijk vind ik ook dat de kinderen gezamenlijk met de leerkracht klassenafspraken opstellen, zodat zij beiden achter de gemaakte afspraken staan.
Ik citeer uit: : “Ontwikkelingspsychologie”, van Liesbeth van Beemen: Piaget beschouwde kinderen als actieve onderzoekers die door interactie met hun omgeving een eigen beeld van de werkelijkheid construeren (Beemen, 2010, p. 224). Ik ben het met deze uitspraak eens, omdat ik merk aan de kinderen die ik les heb gegeven dat zij leren van hun omgeving, als zij zelf op onderzoek uit kunnen gaan. De interesses die zij hebben, kunnen zij dan volgen. Echter vind ik ook dat kinderen sturing nodig hebben, een doel om te onderzoeken, een doel om te leren. Wanneer de kinderen zich bewust zijn van de doelen, kunnen zij zich hier oprichten en kunnen zij hun doel ook behalen. Wel vind ik dat zij ook ruimte moeten krijgen voor hun eigen interesse en het ontdekken van problemen en oplossingen.
Variatie is voor mij dan ook erg belangrijk. In mijn ontwerp werk ik telkens met een probleem, ik laat de kinderen dit probleem zelf oplossen, echter stuur ik de kinderen wel een richting op, om de vervolgopdrachten te kunnen doen.
Leraren die variëren in de manier waarop ze onderwijs geven, en daarbij gebruik maken van ict, boeken daarbij de beste resultaten. De manier waarop zij ict inzetten heeft vooral impact op de motivatie van leerlingen, de onderwijsprestaties, en maakt het mogelijk efficiënter les te geven. (Onderwijsgids, 2017). In mijn ontwerp geef ik ook les met behulp van het digibord. Hier laat ik filmpjes op zien en plaatjes, ook maak ik dan gebruik van PowerPoint. Op deze manier wordt het ook visueel aangeboden aan de kinderen. Iedereen leert op een andere manier en op deze manier van lesgeven wordt de stof visueel en auditief aangeboden.
Er zijn diverse mogelijkheden om te differentiëren binnen werkvormen en groeperingsvormen. De opdrachten zelf kunnen aangepast worden aan het niveau van de leerlingen, in de mate van zelfstandigheid kan gevarieerd worden en leerlingen kunnen op verschillende manieren samenwerken aan opdrachten. Deze vormen van differentiatie kunnen bijdragen aan een effectief gebruik van de leertijd. In mijn ontwerp geef ik de activiteiten in verschillende werkvormen, in groepjes, alleen en klassikaal. Hierdoor leren de kinderen van elkaar en zij leren ook om samen te werken met elkaar, dit vind ik ook erg belangrijk. Ik vind dat de kinderen zelf moeten kunnen ontdekken met wie ze goed kunnen samen werken en met wie zij minder goed kunnen samenwerken. Op deze manier gaan de leerlingen hun eigen kwaliteiten ontdekken en versterken.
Wanneer een leraar rekening wil houden met verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld met betrekking tot hun instructiebehoefte, leertijd, manier van leren et cetera, dan is het een voorwaarde dat leerlingen hebben aangeleerd gedurende enige tijd zonder hulp van de leraar te werken. Alleen dan heeft de leraar handen vrij om verlengde instructie te geven of om een leerling met een individuele opdracht op weg te helpen. (SLO)
Ik pas dit al vaak toe in mijn klas, de leerlingen krijgen dan te zien met de time timer, hoelang zij mij niet mogen storen. Dit lukt al erg goed en ik ben positief over het resultaat. Dit wil ik komende jaren ook blijven doen.
Structuur en duidelijkheid in de lessen is van belang voor leerlingen. Een heldere didactische structuur en gestructureerde opbouw van lessen biedt leerlingen overzicht en houvast. (voorde, 2015) Duidelijkheid in de klas vind ik daarom erg belangrijk. Ik heb vaak gemerkt dat kinderen snel gedesoriënteerd raken bij verwarring en plotselinge veranderingen. In het ontwerp geef ik in de brieven al aan wat er wordt verwacht. De vakken die wij gaan uitoefenen worden via de dagritme kaarten aangegeven, zo weten de leerlingen welk vak er aan de beurt is.
Adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs is onderwijs dat elke leerling tot zijn recht laat komen, onderwijs waarin elke leerling zich op zijn plaats voelt. Maar ook onderwijs dat leraren beter past, waarin leraren zich beter thuis voelen. (Alkema, 2011)
Ik vind het belangrijk dat de kinderen onderwijs aangeboden krijgen op het niveau dat voor hen het beste is. De verschillen binnen de groep worden met het jaar groter. Ieder kind leert op een eigen manier en heeft een eigen niveau. Ik vind het belangrijk dat het kind zich goed kan ontwikkelen binnen de klas, zodat zij steeds meer kunnen leren en ervaren over de wereld.
Maak jouw eigen website met JouwWeb